|
1.
Elke handeling is magie
2. Elke Succesvolle handeling is in overeenstemming met de
grondstelling dat elke verandering kan worden bereikt door de juiste
soort en mate van kracht op de goede manier middels het gepaste medium toe
te passen.
3. Elke mislukking bewijst dat aan een of meer vereisten van deze
grondstelling niet is voldaan.
4. Het eerste vereiste voor elke verandering is een kwalitatief en
kwantitatief begrip van bovenstaande 3 eerste stellingen.
5. Het tweede vereiste om een verandering te bewerkstelligen is het
bezit van praktisch vermogen om de noodzakelijke krachten in de juiste
beweging te zetten.
6. Elke man en een vrouw is een STER....dit wil zeggen een
Individu.
7. Iedere man of vrouw heeft een bepaalde gedragslijn. Deze is
deels afhankelijk van het innerlijk en deels van de noodzakelijke en
natuurlijke omgeving. Iedereen die van z'n eigen pad afraakt,hetzij door
zichzelf niet te begrijpen,hetzij door tegenwerkingen van de omgeving,
komt in conflict met de Universele wetmatigheden en lijdt
dienovereenkomstig.
8. Een mens wiens bewuste wil in conflict is met zijn of haar ware
wil,verspilt zijn krachten en kan zijn omgeving niet doeltreffend
beïnvloeden
9. Een mens die zijn ware wil volgt,weet zich gesteund door de
inertie van het Universum.
10. Wij zijn in staat gebruik te maken van de continuïteit der
natuur door de empirische toepassing van bepaalde principes,waarvan de
wisselwerking verschillende soorten processen omvat. Deze zijn met elkaar
verbonden op een manier die het huidige begripsvermogen te boven gaan.
11. De mens is onwetend wat betreft de aard van zijn eigen wezen en
kracht,.Het besef van de eigen beperkingen is gebaseerd op ervaringen uit
het verleden. Iedere stap vooruit betekent een uitbreiding van zijn
imperium. Er is daarom geen reden om theoretische beperkingen te stellen
aan wat hij of zij zou kunnen doen of aan wat hij of zij zou kunnen zijn.
12. Ieder mens is zich er min of meer van bewust dat zijn
individualiteit verschillende lagen van bestaan omvat,zelfs wanneer hij er
aan vasthoudt dat zijn subtielere principes slechts symptomen zijn van
verandering in het grotere geheel. Men mag aannemen dat een vergelijkbare
situatie zich in de natuur voordoet
13. De mens is in staat alles wat hij waarneemt te zijn en te
gebruiken. Alles wat hij waarneemt is in zekere zin een deel van een
wezen. Hij kan dus het hele universum waar hij zich van bewust is,
onderwerpen aan zijn wil...
14. Door gebruik van de juiste middelen kan een universele kracht
omgezet worden in elke andere kracht. Er is dus een onuitputtelijke
voorraad van elke bepaalde soort kracht die wij nodig hebben
15. Het gebruik van elke willekeurige kracht beïnvloedt alle lagen
van het ZIJN,aanwezig in het object waar het op gericht is. Dit ongeacht
welke laag direct beïnvloed wordt.
16. Door gebruik te maken van bovenstaande stellingen kan een mens
leren elke kracht aan te wenden voor welk doel dan ook.
17. Men kan elke kracht in het universum naar zich toetrekken en
een verbinding mee aan te gaan en van zichzelf de juiste ontvanger te
maken,.Als aan deze voorwaarden is voldaan zal een kracht door haar aard
gedwongen zijn naar hem toe te stromen.
18. Het gevoel afgescheiden van en tegengesteld aan het universum
te zijn,is voor de mens een barrière om haar energieën te kunnen sturen.
Het isoleert hem.
19. Een mens kan alleen die krachten aantrekken en gebruiken die
werkelijk bij haar of hem passen op dat moment.
20. De hoeveelheid verbindingen die een mens met het Universum kan
hebben is onbegrensd. Zodra iemand zich één maakt met alle gedachten houdt
"de maat"op te bestaan. De macht om die kracht te gebruiken wordt beperkt
dor zijn mentale vermogen en door de omstandigheden in het dagelijkse
leven.
21. Ieder individu heeft wezenlijk genoeg aan zichzelf; maar hij of
zij zal nooit vrede met zichzelf hebben zolang deze niet in de juiste
relatie tot het universum is gekomen.
22. Magie is de wetenschap van het begrijpen van jezelf en van je
omstandigheden
Het is de kunst om dit begrip in daden om te zetten.
23. Ieder mens heeft een onvervreemdbaar recht te zijn wie hij of
zij is.
24. Ieder mens zal magie bedrijven op elk oment dat hij f ij
handelt of zelfs maar denkt. De gedachte is een innerlijke daad waar van
de invloed uiteindelijk op het handelen inwerkt, al lijkt dat in eerste
instantie niet het geval.
25. Ieder mens heeft het recht tot zelfbehoud om zich optimaal te
verwezenlijken.
26. Ieder mens zou magie tot de sleutel van zijn of haar leven
moeten maken. Hij of zij zou haar wetten moeten leren kennen en er naar
proberen te leven.
27. Ieder mens heeft het recht om zijn eigen wil te vervullen
zonder de angst dat hij of zij in botsing komt met andermans wil. Als
iemand op de juiste koers zit,is het fout van anderen als zij met hem of
haar in botsing komen..
Echter zij men alleen dat te doen wat een ander niet zal beschadigen zowel
fysiek als geestelijk. |